Fotografiebeginselen

  dieptescherpte   belichting   compositie   macrofotografie                

Belichting

Lichtmeting is het meten van licht en het trachten een juiste balans te vinden tussen zwart en wit. In de digitale wereld tussen 0 (zwart) en 255(wit). Kleurmeting wordt bepaald door de witbalans. (zie witbalans)

 

Normaal gesproken regelt de belichtingsmeter van de camera de belichting. Vaak doet de camera dit heel

goed, maar er zijn van die momenten dat hij het maar lastig vind en het resultaat is dan vaak onderbelichting

of overbelichting. Dat zijn de momenten dat de fotograaf moet inspringen.

 

Hoe meet de camera de belichting dan?

Dat is afhankelijk van de camera en de instelling die de fotograaf heeft ingesteld.

Op de meeste camera's tegenwoordig is het mogelijk om te kiezen uit 3 mogelijkheden.

1. Matrixmeting (meervoudige belichting)

2. Centraalmeting 

3. Spotmeting

 

Matrixmeting is een lichtmeting waarbij de beeldzoeker is opgedeeld in verschillende zones. In elke

zone wordt een lichtmeting gemeten en een ingebouwd computertje analyseert dan met name de extreme waarden van lichtheid en/of donkerheid.Hij berekent dan een belichting en probeert daarbij fouten te

vermijden die onder- of overbelichting zouden geven. Hoe meer zones, hoe doeltreffender het systeem.

 

Centraalmeting is een lichtmeting die het  gehele oppervlakte bekijkt maar zich concentreert op een

cirkel in het centrum. Deze cirkel is verschillend van grootte en vaak ook in te stellen. Met name op oude

camera's werd deze lichtmeting veel gebruikt.

 

Spotmeting is een lichtmeting op één punt van het oppervlak. Vaak 1% groot, hoewel

ook dit tegenwoordig geregeld is in te stellen.

 

Centraalmeting gebruik ik uiterst zelden. Meestal gebruik ik het geavanceerde matrixmeting. Maar er zijn

van die situaties dat je met matrixmeting niet de foto krijgt die je voor ogen had. Meestal betreft het dan situaties met extreem veel lichte en/of donkere partijen. Bv een close up van iemand die voor een open raam staat.

Door de hoeveelheid licht die het raam doorlaat wordt het gezicht veel te donker weergegeven.

Op zo'n moment kun je een spotmeting op het gezicht doen. Het licht van het raam zal dan wel als gevolg

vrijwel wit overkomen. Een andere oplossing zou een invulflits kunnen zijn (zie flitsen)

Bij landschapsfotografie komen we ook vaak dit verschijnsel tegen. Met name als er vrijveel lucht op

de foto komt en er schaduwen in het landschap zijn. Ook hier kun je dan een spotmeting (of centraalmeting)

doen op een punt waarvan je in ieder geval wilt bereiken dat dat juist belicht wordt en een middentoon is.

Een middentoon is een kleur die overeenkomt met middengrijs. Een vb kan gras zijn bij landschappen.

Vaak worden bij landschappen dan gradatiefilters gebruikt die de lucht wat donkerder maken maar het landschap niet. Met zo'n filter voorkom je dat de lucht overbelicht op de foto komt.

 

Een ander hulpmiddel op de camera is de belichtingscompensatieknop. Meestal aangeduid als +/_.

Met deze knop kun je de belichting in stappen van 1/3 stop of 1/2 stop over dan wel onderbelichten.

Met deze knop kun je de belichtingsmeter van de camera dus corrigeren als je verwacht dat iets te licht

dan wel te donker weergegeven gaat worden. Bv wanneer een groot onderwerp tegen een witte achtergrond

staat, kun je door ongeveer 1 stop over te belichten (+1,0) ervoor zorgen dat het voorwerp niet als silhouet

op de foto zal verschijnen. Wanneer een onderwerp tegen een donkere achtergrond staat geldt uiteraard

dat je moet onderbelichten met bv 1 stop. (-1,0)

 

Naast dat de camera in samenwerking met de fotograaf de belichting regelt zijn er ook manuele belichtings-

meters. Het grote voordeel van zo'n afzonderlijke meter is dat je niet alleen het gereflecteerde licht kunt

meten maar ook het licht dat daadwerkelijk op het onderwerp valt.(mits dat niet een vliegende vogel of

een kasteel in de verte dat in het water staat is). Minolta bv. maakt hele goede....

 

Het dynamisch bereik van een film of camera is uiteraard ook van groot belang. Dit is het bereik tussen het

donkerste en lichtste punt en alle gradaties daartussen. Hoe groter het dynamisch bereik, hoe minder snel

een foto overbelichte of onderbelichte resultaten zal geven. Bij film is (was) het dynamisch bereik groter

dan bij de CCD's die in digitale camera's gebruikt worden.

De Nieuwe Fuji S3 beweert dat hun nieuwe CCD hier wat aan gedaan heeft door voor elke pixel een

donker gebied en een licht gebied te meten. Ongetwijfeld gaat dit bij de nog te komen digitale camera's

beter worden waarmee we dus ook meer detail in de schaduw en lichte partijen zullen krijgen.

Degene die het licht heeft uitgevonden moet wel zeer knap geweest zijn.....